Van één naar geen dutje: hoe maak je de overgang soepel voor je kind?

Ken je dat moment waarop je kind overdag weigert te slapen, maar ’s avonds oververmoeid is? Of juist dat je kindje overdag nog slaapt, maar in de avond om 9 uur vrolijk in bed ligt te spelen? Dit kunnen tekenen zijn dat het tijd is om het middagdutje te laten vallen.

Hoe voelt dat voor jou als ouder? Misschien vind je het lastig omdat je me-time momentje dreigt weg te vallen. Of misschien voelt het juist praktisch dat het dutje wegvalt, omdat je niet meer afhankelijk bent van dutjes.

Hoe weet je dat je kind er klaar voor is? En, misschien nog belangrijker: hoe maak je deze overgang gemakkelijk, zonder dat je kind oververmoeid raakt? In deze blog deel ik praktische tips waarmee je deze overgang met vertrouwen kunt aanpakken.

Wacht met de overstap tot 2,5 jaar, maar waarom?

De meeste kinderen maken deze overstap tussen de 2,5 en 3,5 jaar. Ik raad niet aan om het middagdutje te laten vervallen voordat je kind 2,5 jaar oud is, met enkele uitzonderingen daargelaten. Het kan daarvoor best voorkomen dat je kindje tijdelijk geen dutje wil doen (want beneden spelen is toch veel leuker of door de slaapregressie rond 24 maanden), maar dat betekent niet dat het tijd is om het dutje helemaal over te slaan.

Als je te vroeg stopt, kan dit juist oververmoeidheid en slaapproblemen veroorzaken. Houd het middagdutje daarom zo lang mogelijk in stand tot je merkt dat je kind er echt aan toe is.

Hoe weet je dat je kind klaar is voor geen dutje?

Het herkennen van signalen is de eerste stap om te bepalen of je kind klaar is om zonder middagdutje door de dag te komen. Let op deze tekenen:

  • Je kind slaapt ‘s avonds moeilijker in, wordt ‘s nachts vaker wakker of wordt extreem vroeg wakker (rond 05:30 uur).
  • Het dutje duurt steeds korter, je kind weigert het volledig of het duurt langer dan 45 minuten voordat je kindje in slaap valt.
  • Na het dutje is je kind juist prikkelbaarder in plaats van uitgeruster.

Zie je meerdere van deze signalen gedurende een langere periode? Dan is je kind mogelijk klaar om de overstap naar geen dutje te maken.

Praktische tips voor een soepele overgang

De overgang naar geen dutjes hoeft geen strijd te zijn. Met de volgende tips maak je het proces soepeler:

Tip 1: Verkort het dutje

In plaats van het dutje helemaal weg te laten, kun je beginnen met het verkorten ervan. Dit geeft je kind de kans om langzaam te wennen aan minder slaap overdag.

  • Verminder het dutje met 15 minuten per keer gedurende een paar dagen.
  • Maak je kind rustig wakker door de gordijnen open te doen, zachtjes te roepen of een beetje te rommelen op de kamer.
  • Zodra het dutje nog maar 20-30 minuten duurt, kun je het volledig weglaten.

Tip 2: Wees flexibel en vroegere bedtijd 

De overgang kan enkele weken duren, en gedurende deze tijd wil je flexibel zijn. Kijk per dag wat je kind nodig heeft. De ene dag kan je kind nog wel een dutje nodig hebben, terwijl het de volgende dag zonder kan.

Plan tijdelijk een vroegere bedtijd op dagen zonder dutje (op z’n vroegst 18:00 uur). Dit voorkomt dat je kind oververmoeid raakt.

Tip 3: Creëer een rustmoment

Tijdens de overgang kun je in plaats van een dutje een rustmoment introduceren. Dit kan aanvankelijk in bed of op de slaapkamer plaatsvinden, waarbij je kindje alleen kan lezen, puzzelen of met knuffels spelen.

Rusttijd helpt je kind om op te laden, prikkels te verwerken en tot rust te komen, zelfs zonder te slapen.

Ook wanneer je kindje helemaal geen dutje meer doet, blijft een rustmoment overdag waardevol. Bied aan het begin van de middag een rustige activiteit aan, bijvoorbeeld in de woonkamer. Denk hierbij aan:

  • Lezen of puzzelen
  • Kleien, kleuren of verven
  • Kinderyoga
  • Spelen met sensorisch speelgoed

Nog een paar kleine tips:

  • Vermijd de term “slapen” – Gebruik woorden als even chillen of uitrusten in plaats daarvan. Dit klinkt minder dwingend en kan de weerstand verminderen.
  • Rust samen – Heeft je kind moeite om alleen tot rust te komen? Plan dan een gezamenlijk rustmoment. Even knuffelen, samen op bed liggen of een boekje lezen kan helpen.
  • Vermijd schermen – Schermen werken stimulerend in plaats van rustgevend. Kies liever voor rustige, creatieve activiteiten tijdens een rustmoment. 

Afsluiting: elk kind is uniek

Elk kind is uniek, en wat voor het ene kind werkt, kan voor het andere kind anders zijn. Volg het tempo van je kind, wees flexibel en geduldig.

Kom je er zelf niet uit? Plan gerust een kennismakingsgesprek met mij in. Samen bekijken we wat ik voor je kan betekenen. Je hoeft het niet alleen te doen – ik help je graag!